Kennismaken met nootmuskaatboeren: een fotoverslag

Er waren verschillende praktische redenen voor een reis die ik, hoofd communicatie Channa Brunt, onlangs maakte naar Indonesiƫ. Toch was mijn voornaamste persoonlijke doel om eindelijk de mensen te ontmoeten voor wie ik dit werk doe: de boeren achter ons eten. Dit artikel is een (foto)verslag van deze reis.

M’n geweten werd aardig op de proef gesteld: stapte ik na een boycot van 5 jaar toch weer in het vliegtuig nu ik de kans had om de mensen te ontmoeten waar we ons bij Fairfood hard voor maken? Ik heb het inmiddels allemaal kunnen laten bezinken, en kan nu volmondig ‘ja’ zeggen – het was het waard. De ontmoetingen met boeren, hun families, collectors en iedereen daar tussenin gaven een energieboost die zelfs mijn collega’s bij terugkomst konden voelen.

Op de boot naar het eiland Lembeh

De boeren in dit verhaal zijn nootmuskaatboeren, die gevestigd zijn in Sulawesi, IndonesiĆ«. Specifieker: op het eiland Lembeh. De meeste ochtenden die ik op Sulawesi doorbracht, stonden we om 6 uur ’s ochtends op om met een klein motorbootje naar dit eiland te gaan. Met ‘we’ bedoel ik: ikzelf, een delegatie van Fairfood’s partner Verstegen Spices & Sauces en een filmcrew. Waarom om 6 uur, hoor ik je vragen. Omdat de wegen op Lembeh niet zijn gemaakt voor grote auto’s met daarin grote gezelschappen; de eilandbewoners rijden zelf doorgaans op scooters. Het kostte dus behoorlijk wat tijd om ons over het kleine eiland te verplaatsen en we hadden goed licht nodig voor de video die we kwamen schieten. Later meer over die video.

Een van de nootmuskaatboeren

De eerste nootmuskaatboer die ik ontmoette, was een bescheiden vrouw die ons warm welkom heette in haar huis en op haar plantage. Hoewel ik nog het voornemen heb om me serieus te verdiepen in agroforestry – of boslandbouw – deed haar plantage me vermoeden dat zij het al in de kneepjes had. Al dan niet bewust. Dat gevoel had ik de rest van de reis: op alle plantages waar ik kwam, zag ik nootmuskaatbomen tussen palmbomen tussen kruidnagelstruiken, bamboe en nog een handvol andere gewassen.

Dat brengt me trouwens bij een klein inkijkje in de dagelijkse realiteit van de boeren: de prijs van kokosnoot was ten tijde van m’n reis historisch laag, dus de boeren waarschuwden ons constant wanneer we te dicht bij hun kokosbomen stonden. Kokosnoten oogsten was het op dat moment letterlijk niet waard, dus ze vielen overrijp uit de bomen. Daar wil je dan niet net onder staan.

Dorpsweg op Lembeh

Deze eerste nootmuskaatboer was een mogelijke kandidaat voor de video die ik al noemde. Fairfood en Verstegen werken nu al een tijdje aan een gaaf project waarbij we nootmuskaat van boer tot consument traceren, waarbij Verstegen het transparante verhaal van die nootmuskaat deelt. Met dit project willen we de zakelijke relatie tussen Verstegen en de boeren versterken, en uiteindelijk de inkomsten van de boeren verhogen. De video, die binnenkort uitkomt, vertelt het verhaal van dit project met verschillende betrokkenen, waaronder een aantal boeren.

Videoshoot met nootmuskaatboer Astrid

Een andere boer die ik ontmoette en die me in het bijzonder is bijgebleven, is Astrid. Astrid had een duidelijke visie op zowel haar eigen werk als op het project. Ze is ambitieus en ondernemend. Hoewel ze duidelijk trots is op haar werk als boer, was ze op het moment dat wij er waren ook bezig met de bouw van een stalletje naast haar huis, waar ze binnenkort begint met de verkoop van benzine voor de vele scooterrijders op het eiland. Toen ik haar vroeg of ze hoopt dat haar kinderen ook boer worden, lachte ze. Jazeker, boer is een respectabel beroep, maar haar kinderen studeerden rechten, antwoordde ze.

Verse kruidnagel herkenden we in eerste instantie niet eens
Kinderen nemen aan het einde van de middag een duik

Op zeker moment had ik een gesprek met een van m’n reisgenoten. We bespraken de impact die we hoopten te hebben met dit project. Het antwoord leek op iets wat ik de directeur van Verstegen, Michel Driessen, eens had horen zeggen: het ondernemerschap van de boeren ondersteunen. Dat is: hun in staat stellen om hun werk zo goed mogelijk te doen, op een manier die past bij hun omgeving (ik denk weer aan de boslandbouw die ik zag). Maar ook: de boeren in staat stellen om hun positie in de internationale productieketens te versterken, zodat ze aanspraak kunnen maken op wat hen toekomt (dan heb ik het natuurlijk over een eerlijk aandeel van de eindwaarde van het product).

Zo keerde ik met een positief gevoel weer naar huis. Want ik geloof wel degelijk dat we dit waar kunnen maken met de interventies waar we aan werken. En al zouden we dat niet doen, dan denk ik niet dat de (overigens vooral vrouwelijke!) boeren ons daarmee weg zouden laten komen.

Weten hoe het staat met dat voedselsysteem?

Blijf op de hoogte van ontwikkelingen in de wondere wereld van ons eten via onze tweemaandelijkse nieuwsbrief!